Reisverhalen

beklimming van de Kilimanjaro door Bart Dirven

1 februari 2007 ISO:

Het verhaal van Bart Dirven over zijn beklimming van de Kilimanjaro.

Om op de hoogste berg van Afrika te komen, reizen wij via Nairobi naar Tanzania om de Kilimanjaro te beklimmen. Een berg met een enorme ijskap die door de opwarming van de aarde zal verdwijnen. De Kilimanjaro ligt dan ook op eenzame hoogte.

Wij komen eerst aan in het Outpost hotel in Arusha. Een typische safari lodge: eenvoudig met een geheel eigen uitstraling. Wij voelen ons meteen thuis en de aparte sfeer zorgt voor een goede stemming. Een “masai” houdt de wacht bij de poort. De tuin is goed onderhouden en laat een veelheid van tropische begroeiing zien en het Kilimanjaro-biertje smaakt er prima. Morgen gaan we met z’n allen voor 8 dagen de geciviliseerde wereld de rug toekeren; dan is er helemaal niets meer aan luxe waar we zo aan gewend zijn. Het eten smaakt voortreffelijk. Het is nog oppassen voor de sla, omdat die niet gekookt is. Vooral geen diaree krijgen is het motto. Moe van de reis gaan we allemaal op tijd onder klamboe.

Het is 16 januari 06.30 uur. Calling time sir! Het uur van de waarheid is aangebroken. Plunjezak inpakken en maar hopen dat je alles mee hebt 07.30 uur ontbijt en er is geen weg terug: op naar de Kilimanjaro. De expeditiebus is precies op tijd. Buiten de 14 expeditieleden stappen nog 7 dragers in. In 2 uur rijden we naar Machame gate met een volle bus. Boven op het dak ligt onze bagage en onderweg stoppen we nog enkele keren om proviand in te slaan. Eieren, vlees en veel koolhydraten bevattende spullen, want onderweg valt niets meer te krijgen. We komen aan bij Machame Gate op 1500 meter hoogte. Daar begint de inschrijving. Om een permit te krijgen hebben wij ieder 500 dollar betaald. Dit is een inkomstenbron voor de regering en voor het onderhoud van de paden en voorzieningen onderweg.

Eindelijk gaan we op pad: 14 expeditieleden, 17 dragers. 6 assistent-gidsen, 2 koks en een chief guide. Amani heet hij, een Chagga, een stam bij de Kilimanjaro. Zijn vader loopt voorop. Hij heeft de Kili al vele malen bedwongen. Hij weet wat ons te wachten staat. Wij lopen door het regenwoud met prachtige lianen en gigantisch grote kamerplaten. Het is oppassen geblazen door de vele stronken en de gladde ondergrond. Het is zoeken naar een drogere ondergrond. Om de haverklap klinkt achter ons Poorters (dragers). Een ongelofelijke aanblik van kleine Chagga gestalten met enorme balen op hun hoofd. Het was nog een gevecht wie met ons mee mocht naar boven. In één week verdienen zij een maandsalaris, ca. 25 dollar. Iedere drager mag zo’n 25 kilo dragen. Vooraf keurig gewogen en in zakken verpakt. Iedere dag nemen zij dezelfde bagage naar boven: alle tenten, watertanks, keukengerei en onze bagage. Het eerste Machame Camp ligt op 3000 meter op de grens van het regenwoud en grote heidevelden. Onze tentjes staan al keurig klaar, ook de keukentent en de 2 eettenten. Op de grond een plastic zak die als tafellaken dient met daarop de borden met bestek. Eerst wordt er thee gedronken met popcorn om de dorst te verhogen. Iedereen weet dat hij of zij veel zal moeten drinken om mogelijke hoogteziekte te voorkomen. Voor iedere 1000 meter 1 liter meer, dus de eerste dag 4 liter.

17 januari 06.30 uur: calling time. Even later lekker ontbijten met veel thee, toast, gebakken eieren en worstjes: prima! Wij krijgen ons lunchpakket met fruit, gekookt eitje en enige boterhammen. De dag begint al met ca. 25ºC en we gaan al zeer snel stijgen. Het tempo moeten we hier dan ook al aanpassen. Het is een prachtige afwisselende tocht over heidevelden en weerspannige lavarotsen. De dragers achter ons aan op kapotte schoenen en gekregen kleding van expeditieleden onderweg roepen steeds jambo (hallo). Om ca. 15.00 uur komen we aan op het Shira Camp op 3800 meter, het einddoel van de dag. Het begint direct flink te stortregenen, maar we zijn net op tijd op het camp. Je kunt de regen op de klok gelijkzetten. Het duurt maar een uurtje, maar de achterblijvers komen doornat het camp binnen. Op het camp deel ik sleutelhangers uit aan de dragers/gidsen. Ik word overvallen door hen en zie alleen maar zwarte lege handen. Dolblij met een kleine gift.

18 januari. Vandaag zijn we al vroeg wakker en de vergezichten zijn fantastisch. De Kili ligt prachtig in de zon. Alleen in de ochtenduren is het helder, later op de dag zie je hem niet meer. Het doel van vandaag is het Barranco camp. 10 km in weer een uurtje of 6. We zin al aan het ritme gewend. Om 7.30 uur ontbijt: 2 boterhammen en de pillen tegen de hoogteziekte (diamox) en malariapillen, een vast ritueel. De diamox geeft als bijwerking tintelende vingers en voeten, wat praktisch iedereen ervaart. Het bloed blijft er dunner door en je voert het vocht goed af. De koks en dragers breken na ons vertrek de tenten af. En ze halen ons weer even gemakkelijk in. Dragers! Jambo! Het begint vast routine te worden. Plaats maken. We lopen richting Southern Summit Bound en bereiken een grote zwarte zandwoestijn die met miljoenen zwarte steenbrokken bezaaid is. Een maanlandschap. We stijgen op de dag naar 4400 meter en dalen weer tot 3900 meter en lopen door de wolken, waardoor het erg mistig is. De temperatuur zakt al aardig. ’s Middags is het nog maar 8ºC. Het water dat we meekrijgen is gekookt, maar we moeten er nog Hadex aan toevoegen om het te desinfecteren. De smaak is dan ook niet meer geweldig (chloorsmaak). We voegen er isostar aan toe om het enigszins drinkbaar te maken. De thee voldoet prima. Wanneer we het Barranco Camp bereiken, staat de thee al klaar inclusief de popcorn. Vanuit het Camp zien we een grote rotspartij, “de Breakfast”.

19 januari. De afgelopen nacht heeft het ca. 8ºC gevroren. Het ijs ligt op de tenten. Dit hoort er allemaal bij. Doordat de slaapzak tot -35ºC bestand is, voel ik geen kou. Maar het slapen wordt steeds moeilijker, mogelijk door de spanning of is het de hoogte? We zijn weer vroeg op, ca. 6.00 uur en het zicht is weer geweldig. De Breakfast Wall ziet er indrukwekkend uit. Het lijkt dan ook een stevige klim te worden. Iedereen voelt zich oké, maar dat kan snel veranderen door diarree. Het blijft dan ook oppassen met het eten. Vadaag ligt het in de bedoeling het Karanga Camp te bereiken. Een niet zo’n lange dag, 4 tot 5 uur lopen. Dit wordt gezien als een extra acclimatiseringsdag om te wennen aan de hoogte. We gaan de Breakfast Wall op. Een steile klim waarvan de moeilijkheidsgraad en technische beklimming benadert. Anderhalf uur klim- en klauterwerk. En weer komen de dragers ons lachend voorbij. Jambo! Chapeau! Als we het hoogste punt bereiken, hebben we een fantastisch uitzicht. Het pad wordt modderig en je moet weer goed opletten om niet te vallen. De voortzetting van de tocht is prachtig. Veel rotsen en iedere keer weer beekjes oversteken, dan weer steil afdalen om daarna weer steil te klimmen. Het is niet gevaarlijk, maar vereist wel concentratie. En dan opeens zien we tenten staan, de spaghetti wacht op ons. Ook worden er bonen opgediend. Feest. En weer die thee! De stemming is nog steeds prima. Gelukkig, want morgen breekt het uur van de waarheid aan. We zijn nu op 4250 meter hoogte. Morgen gaan we naar het Barafu Camp op ca. 4600 meter.

20 januari. Vandaag de aanzet tot de laatste beklimming van de Kili. Bij het opstaan om 6.00 uur hebben we weer een geweldig uitzicht. Gisteren hebben we heel de dag de top niet gezien. De kleding die ik al kan missen geef ik aan de dragers. Ze zijn er enorm blij mee. Wat je meemaakt in de natuur en de mensen om je heen valt bijna niet over te brengen. Vandaag lopen we ca. 4-5 uur om daarna te eten en te rusten voor de nachttocht en daling: ca. 20 uur lopen. Bij de minste inspanning, bijvoorbeeld je rugzak inpakken, sta je al te hijgen. Ook het lopen van korte afstanden geeft al problemen, indien je geen korte schreden maakt. We lopen de tocht in de felle zon, waardoor ik extra snel uitdroog. Je verbrandt zonder dat je het weet. Als we aankomen in het Barafu Camp begint de hoofdpijn op te zetten. Is dit het voorteken van de hoogteziekte? Er gaat van alles door je hoofd. We spreken al mensen die terugkomen op het Camp. Zij waren al op de top geweest en vertelden dat het extreem koud was met veel wind zodat de gevoelstemperatuur op –25ºC/-30ºC lag. Ik neem een dubbele paracetamol en drink nog een liter vocht, eet nog wat en ga rusten om de hoofdpijn te laten zakken. Iedereen zoekt zijn spullen bij elkaar om zich te kleden tegen de koude van de komende nacht. Om 19.00 uur stappen we in de tent om tot 23.00 uur te rusten. Iedereen is er klaar voor, want om 24.00 uur zullen we vertrekken.

21 januari. We krijgen nog thee en koekjes voor vertrek. Iedereen de bivakmutsen op met de hoofdlampen en een dubbel paar handschoenen. We zijn bijna niet meer te herkennen. Het stormt gigantisch en het voelt erg koud. Er is toch iets verkeerd gevallen bij het avondeten. Hopelijk geeft het onderweg geen last. De lunchpakketten worden uitgedeeld en nog 4 liter drinken. Het laatste water wordt verdeeld. De dragers hebben naar dit kamp 250 liter water gedragen. Dus later zullen we 1 Camp lager moeten bivakkeren vanwege de watervoorraad. Om 0.10 uur vertrekken we. Ik loop direct achter de gids. Het tempo is laag, maar constant. De eerste pauze is dan ook na ca. 2.00 uur. We pauzeren zo kort mogelijk om niet onderkoeld te raken. Het drinken is al zo koud dat het bijna niet meer drinkbaar is. Dan wordt het steeds steiler en kouder. Mijn maag begint op te spelen en ik besluit met de volgende pauze een grote steen op te zoeken. Je waait bijna uit je broek, maar het lucht geweldig op. Om 3.00 uur krijg ik een dip. Het is toch ook wel gigantisch zwaar voor iedereen. Het is de zwaarste lichamelijke inspanning voor iedereen. Enkele mede-expeditieleden worden ondersteund door de assistent-gidsen. Iedereen probeert boven op de Kili te komen. De lunchpakketten en al het drinken is bevroren, dus interen. Om ca. 6.00 uur komt de zon op. We zijn bijna op de kraterrand Stella Point. Iedereen is euforisch. We zien de top niet ver van ons verwijderd. Eigenlijk heeft de Kili geen top. Het is een brokkelige kraterrand met als hoogste punt Uhuru-peak. De zon schijnt en een prachtige gletsjerwand ligt aan onze zijde. Steeds weer klinkt het lied “Kilimanjaro, Kilimanjaro”. Even later staan we bij het bord “hoogste punt van Afrika”. Er vallen diverse mensen op de grond van vermoeidheid en liggen te ijlen. Bevroren hoornvlies en bijna bevroren vingers geven problemen bij enkele mede-expeditieleden. Na foto’s en beperkte filmbeelden dalen we weer af naar ons laatste Camp. Het tempo is laag, omdat we enige mensen helpen die er helemaal doorheen zitten. Maat Hans heeft problemen met zijn maag en moet nog overgeven onderweg. Doordat we te weinig gegeten en gedronken hebben voelen we ons allemaal gammel. Aangekomen op het Barafu Camp wordt ons een drankje aangeboden. We zijn blij dat we er zijn. Na 2 uurtjes gerust te hebben gaan we weer verder. Nog 4 uurtjes lopen naar het volgende Camp, omdat daar weer water zal zijn. Steil afdalen om daarna langs het oneindige pad dat we zien liggen omhoog te gaan. Dragers! Jambo! Op naar het Ran Camp. Onderweg komen we de Coca Cola hut tegen. Wat heerlijk om dit na 1 week weer te drinken, wat het ook kost, het maakt niets uit! Er komt weer veel vegetatie en doordat we nu ca. 3.000 meter gedaald zijn voelen we ons weer opperbest. Om 18.00 uur lopen we het Camp binnen. Iedereen is in feeststemming. We hebben het gehaald! De Kili torent hoog boven ons uit. Een formidabel gevoel maakt zich van ons meester. Voor het eerst na vele gebroken nachten slaap ik 5 uur achter elkaar.

22 januari. Het laatste traject. Rau Camp- Rau Gate. We starten na de gebruikelijke rituelen om 8.00 uur. Het pad is weer steil en modderig. Onderweg zien we nog apen, wat een leuk gezicht is. Het regenwoud is prachtig en je kijkt je orgen uit. Na enige uren bereiken we het eindpunt “ Rau Gate”. Het was ongelofelijk mooi. De euforie barst weer los. De ambtenaar van de Gate is echter onverbiddelijk. Boek invullen met paspoortnummer. Allerlei mensen proberen aan ons spulletjes te verkopen. De lunch is heerlijk met wijn en champagne. Feest, want we krijgen ook nog een certificaat. Opnieuw de bus in en de bagage op het dak. We slippen een paar keer in de modder. De terugtocht duurt 2½ uur. We zijn weer in ons vertrouwde outpost hotel. Biertje! Het Kilimanjaro-lied klinkt meermaals. Na 8 dagen weer een heerlijke douche, wat voelt dit heerlijk.

De tocht was hard, voor sommigen meedogenloos. Het was steil omhoog en dus ook weer steil naar beneden. Nooit echt gevaarlijk. Wel werd een enorm goed uithoudingsvermogen verlangd. Een perfecte voorbereiding was onontbeerlijk. De tocht was lang, ging over veelzijdige bodemstructuren van modder naar lavazand, van omgevallen regenwoudbomen tot machtige rotspartijen. Over uitgestrekte savannes en langs manshoge begroeiing. Het vergde veel van ons improvisatietalent en uithoudingsvermogen. Ver weg van de geciviliseerde wereld zijn we, ieder voor zich, teruggeworpen geweest op onszelf. We zijn allemaal aan de grenzen gekomen van ons kunnen.

Het was een ongelofelijke ervaring, die ons gegeven is en die niemand ons meer kan afnemen.